Omloop

mannelijk (de)/ˈɔmlop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in de rondte gaan, een kringloop bijv. bloedsomloop
  2. de omwenteling van een voorwerp dat zich om een middelpunt beweegt (-> omloopbaan)
  3. rondlopende galerij, een omgang
  4. medisch (medisch) om de vinger of nagel lopende nagelriemontsteking, paronychia
  5. criterium
  6. parcours, circuit

Etymologie

*[B] : zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelscirculation, traffic, paronychia
Franspérionyxis
DuitsNagelbettentzündung, Paronychie, Onychie
Spaansderredor, giro, rotación
Italiaansparonichia
Portugeesparoníquia
Poolszanokcica