aanstelling
vrouwelijk (de)/ˈanstɛlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benoeming in een functie, dienst etc.Hij heeft een vaste aanstelling in gemeentedienst.Tegenwoordig zijn er alleen nog maar kleine aanstellinkjes.In vroeger jaren, toen hij nog docent met een vaste aanstelling was, had hij een andere doelstelling gehad: wat ze ook doen, laat je door niets van je à propos brengen! Nadat hij lijdzaam had moeten toezien hoe dat credo dagelijks, zo niet ieder uur, met voeten getreden werd, had Elmer Suurna besloten in te zetten op een staffunctie.
Etymologie
* van aanstellen .
Vertalingen
Engelsappointment
Spaansnombramiento
Italiaansnomina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek