aanschaffing
vrouwelijk (de)/'ansxɑfɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de handeling van het kopen van ietsVoor niets gaat de zon op. Zonlicht omzetten in stroom vergt in eerste instantie een investering, maar de terugverdientijd slinkt. Landelijke subsidie op zonnepanelen moet mensen aanmoedigen de stap te zetten. Maar de 22 miljoen euro die het kabinet beschikbaar stelt, is met een maximum van 650 euro per aanschaffing met een kleine 34.000 uitkeringen op.
Etymologie
* van aanschaffen
Vertalingen
Engelsprocuremen, purchase
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek