afknapper
mannelijk (de)/ˈɑfknɑpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een tegenvaller die zo groot is dat men daarna moeilijk of niet verder kan of gaat„Als er nu een fantastische, slimme jongen op een middelbare school bij zijn decaan komt en vraagt of hij naar de pabo zal gaan, zal die waarschijnlijk zeggen: daar ben je te goed voor”, zegt Emile van Velsen, opleidingsdirecteur van de pabo op de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is het er niet mee eens, maar dat is het beeld: dat het basisonderwijs niet erg uitdagend is. De inhoud niet, en de carrièreperspectieven ook niet. Dat is een afknapper, vooral voor jonge mannelijke leraren. NRC Thomas de Veen 5 oktober 2016
Etymologie
* van afknappen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek