tegenvaller

mannelijk (de)/ˈteɣə(n)ˌvɑlər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tegenslag
    In Amsterdam bezoekt Plinius echter het café dat Pretpaleis Pinguïn heet: 'Die naam zegt al genoeg. Daar maken ze alleen maar pret. En hele verkeerde pret. Er wordt gedronken, gegokt, en er gebeurt nog veel meer vreselijks.' Een lelijke tegenvaller. Dan kan Plinius nog beter op de Zuidpool eenzaam zijn. Na een goed gesprek met zenuwarts Valentijn Vetgans wordt uiteindelijk aldus besloten. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/in-depressieve-plinius-pinguin-een-zelfportret-zien~bc83f98c/ In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien]
    Wat een tegenvaller, nou moest ik nog twee uur op mijn burger wachten.

Etymologie

* van tegenvallen

Vertalingen

Engelsdisappointment, bummer
Fransdéception
DuitsEnttäuschung
Spaanscontratiempo