zwieper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een snelle en ongecontroleerde beweging
    De dronken man maakte een grote zwieper over de gladde weg en reed met een grote klap tegen een boom.
    Het toestelletje krijgt opnieuw een zwieper waardoor we omlaag vallen.

Etymologie

* van zwiepen