zwieper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een snelle en ongecontroleerde bewegingDe dronken man maakte een grote zwieper over de gladde weg en reed met een grote klap tegen een boom.Het toestelletje krijgt opnieuw een zwieper waardoor we omlaag vallen.
Etymologie
* van zwiepen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek