zoemertoon

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geluid dat een zoemer voortbrengt
    Men werpt een dubbeltje in de gleuf, neemt den hoorn van den haak en wacht op den zoemertoon.[https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=zoemertoon&coll=ddd&sortfield=date&identifier=MMKB04:000144134:mpeg21:a0085&resultsidentifier=MMKB04:000144134:mpeg21:a0085 Haagsche courant 12-06-1925]

Etymologie

* , bekend sedert 1924.[https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=MMKB21:037003000:00227&query=zoemertoon&coll=boeken&sortfield=date Het draadloos amateurstation voor ontvangst van telegrafie en telefonie; 1924]