zoemen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (dierengeluid) een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijktDe hommel zoemde terwijl zij van bloem tot bloem vloog.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gonzend geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889
Vertalingen
Engelsbuzz
Fransvrombir, bourdonner
Duitssummen
Spaanszumbar
Poolsbzykać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek