woorden
boek
Start
›
Z
›
zoemertje
zoemertje
/ˈzumərcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
rechtvleugeligen
(rechtvleugeligen) bepaald soort sprinkhaan, uit de onderfamilie van de familie veldsprinkhanen ()
Etymologie
*afgeleid van "zoemer"
Verwante woorden
zoem
zoemde
zoemden
zoemen
zoemend
zoemende
zoemer
zoemers
zoemertjes
zoemertoon
zoemgeluid
zoemt
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← zoemers
zoemertjes →