wantrouwen
onzijdig (het)/ˈwɑntrɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) niet vertrouwen, argwanend zijn tegenWantrouw e-mails met bijlagen van onbekende afzenders.
zelfstandig naamwoord
- afwezigheid van vertrouwen
Etymologie
*: zelfstandig gebruikt , in de betekenis van ‘mistrouwen, achterdocht’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Vertalingen
Engelsmistrust, distrust, suspicion
Duitsmisstrauen
Spaansdesconfiar, recelar, sospechar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek