achterdocht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑxtərdɔxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. twijfel aan de oprechte intentie
    Met enige achterdocht betaalden we de boete.
    Chantal wilde antwoorden. Iets aardigs zeggen. Mooie woorden waarmee een periode van achterdocht en onbegrip afgesloten kon worden.

Etymologie

*Afgeleid van het verouderde werkwoord achterdenken

Vertalingen

Spaansrecelo
Italiaanssospetto