wandelschoen
mannelijk (de)/ˈwɑndəlˌsxun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schoeisel) (sport) schoeisel dat speciaal geschikt is om grote wandelingen mee te makenDe juiste wandelschoen is een basisvereiste voor 'tredzekerheid' tijdens het wandelen.
- (schoeisel) licht, gemakkelijk zittend schoeisel met lage hakken, geschikt om op straat te wandelenMaar ook de „normale" wandelschoen waarvan de hak slechts iets hoger ligt dan de zool, wordt door sommige experts in lichaamshouding en beweging als ongezond beschouwd.Ze kreeg pijn doordat ze de hele dag op de cementvloer van de winkel liep en ze had het ene paar Engelse wandelschoenen na het andere geprobeerd zonder dat het hielp.Gabardinebroek, tweed of lood en bruine wandelschoenen betekende een burger, zoals die op de balkons aan de Strandvâgen 'Bombardeer Hanoi'stonden te schreeuwen wanneer de demonstranten eronder voorbijliepen op weg naar de VS-ambassade.
Vertalingen
Engelshiking boot
Fransbrodequin de randonnée
DuitsBergschuh, Wanderschuh
Spaansbota de montaña
Italiaanspedula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek