boswandeling
vrouwelijk (de)/ˈbɔswɑndəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een wandeling door het bosOmdat het zulk lekker weer was, wilden zij een lange boswandeling gaan maken.Mijn kinderen staan trouwens absoluut niet te trappelen om zelf ook lange wandelingen te gaan maken. Een boswandeling vinden ze al saai, maar ik heb goede hoop dat ze later in hun leven hun bergschoenen zullen afstoffen en op reis gaan. We zullen zien.
Vertalingen
Engelswalk in the woods, walk in the forest
Franspromenade sylvestre, promenade dans les bois
DuitsWaldspaziergang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek