vullis
/ˈvʏləs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) overtollig materiaal dat wordt weggegooidDe ambtenaren verzinnen steeds deftiger namen voor ons - gemeentereiniger en duobakbeladers en zo -, maar wat wij doen, is en blijft gewoon vullis ophalen.
- (figuurlijk) (pejoratief) iets of iemand zonder waarde waarvan je je beter kunt ontdoenPolitieagent op nachtbezoek: ‘De Jordaan, voor mij mogen ze vanaf het Centraal station een bulldozer d'rover en moderne huizen d'rvoor in de plaats. Allemaal vullis, moet tegen de grond.’
- (figuurlijk) (scheldwoord) walgelijk persoon of gezelschapElke avond, elke nacht weer diezelfde optocht: Georgi, Lavrenti, Nikita, daar zijn ze weer - vullis en oplichters.
Etymologie
**[3] als scheldwoord aangetroffen vanaf 1644
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek