bagger
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opgebaggerd sediment, natte modderJe hebt bagger aan je laarzen. Doe ze uit!
- (figuurlijk), (informeel) iets slechts, iets waardeloosIk vind het allemaal bagger.
- tropische zuigvis
Etymologie
* In de betekenis van ‘slijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1526
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek