vooruitblikken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- naar de toekomst kijken, nadenken over de toekomstHenk Groener, de coach van de Nederlandse handbalvrouwen, was succesvol met een ploeg waarin hij eigen inbreng stimuleerde. Nu stopt hij. „Vooruitblikkend stel ik vast dat ik niet hetzelfde enthousiasme heb.” NRC Henk Stouwdam 4 oktober 2016
- voorspellen, verwachten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek