prognosticeren
/ˌprɔxnɔstiˈserə(n)/
Betekenis
werkwoord
- op basis van kennis en kunde een onderbouwde voorspelling doenEn met het toenemen van de digitale aanvallen en bedreigingen, zie je ook dat cyber securitybedrijven steeds hogere omzetten boeken. En dat de groeivooruitzichten door onderzoeksbureaus nogal eens naar boven toe worden aangepast. Nu prognosticeren bureaus ruim 17% gemiddelde groei jaarlijks voor de komende jaren. De Telegraaf ROBERT SCHUCKINK KOOL 01 mei 2018 [https://www.telegraaf.nl/financieel/1986258/column-gevaren-cybercrime-nemen-toe Column: gevaren cybercrime nemen toe]Mart Smeets. Werd geridiculiseerd en riep dat Balkenende veel te veel verdient, maar bleek een ziener. Zonder te willen prognosticeren (zijn term) voorspelde Smeets vóór de Tour dat de ronde voor Raborenner Robert Gesink wel eens heel kort zou kunnen duren. En zo geschiedde. Wat een held. HP de Tijd 10/07 | 2009 door:Niek Stolker [https://www.hpdetijd.nl/2009-07-10/buzz-top-3-ssss/ Buzz-top-3: Smeets, Van der Veer & Van Dongen]
- voorspellen hoe het beloop van een ziekte is
Etymologie
* afleiding van prognose
Vertalingen
Spaansprognosticar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek