voorspellen

/vorˈspɛlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
    Het doel van de behavioristische psychologie is voorspellen en beheersen van gedrag, dat in de opvatting van deze psychologen niet meer is dan de som van alle reflexen.
    Zij weet precies wat de ondervragers weten, zij kan de gevangenen voorspellen of zij veroordeeld zullen worden of vrijgelaten.
werkwoord
  1. ov (ov) letter voor letter laten horen hoe een woord wordt geschreven

Etymologie

* van Middelnederlands "vorespellen", op te vatten als , in de betekenis van ‘profeteren’ voor het eerst aangetroffen in 1330

Vertalingen

Engelspredict, foretell, forecast
Fransprédire
Duitsvoraussagen, vorhersagen, prophezeien
Spaanspredecir, adivinar, agorar
Italiaanspredire
Zweedsvarsla
Deensforudsige