voorzien

/vorˈzin/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) herkennen als toekomstige ontwikkeling, zien aankomen
    Hij voorzag dat dit tot ongelukken zou leiden.
  2. ov (ov) beschikbaar maken, voorzorgen treffen voor
  3. ov (ov) ~ van: de beschikking geven over, als onderdeel aanvullen met
    U bent voorzien van alle nodige spullen.
    We liepen boven op het LA Aquaduct, een lange buis van meer dan 4 meter doorsnee, die Los Angeles van water uit de bergen voorziet.
    De zelf omgebouwde camper waar hij in woonde was van alle gemakken voorzien, maar hij was minder dan 800 euro per jaar kwijt aan vaste lasten.
  4. ov (ov) ~ in: beschikbaar maken, voldoen aan
    Samen met de vier andere bewoonde Nederlandse Waddeneilanden wilde Vlieland in 2020 zelf voorzien in water en energie.
  5. ov (ov) ~ op: gereedmaken voor, voorbereiden op

Etymologie

**[2], [5] onder invloed van "prévoir" op veel manieren gebruikt in het Belgisch-Nederlands

Uitdrukkingen

  • het op iemand voorzien hebbeniemand zien als een doelwit

Vertalingen

Engelspredict, foresee, provide
Spaanspresagiar, proporcionar, proveer