voorzien
/vorˈzin/
Betekenis
werkwoord
- (ov) herkennen als toekomstige ontwikkeling, zien aankomenHij voorzag dat dit tot ongelukken zou leiden.
- (ov) beschikbaar maken, voorzorgen treffen voor
- (ov) ~ van: de beschikking geven over, als onderdeel aanvullen metU bent voorzien van alle nodige spullen.We liepen boven op het LA Aquaduct, een lange buis van meer dan 4 meter doorsnee, die Los Angeles van water uit de bergen voorziet.De zelf omgebouwde camper waar hij in woonde was van alle gemakken voorzien, maar hij was minder dan 800 euro per jaar kwijt aan vaste lasten.
- (ov) ~ in: beschikbaar maken, voldoen aanSamen met de vier andere bewoonde Nederlandse Waddeneilanden wilde Vlieland in 2020 zelf voorzien in water en energie.
- (ov) ~ op: gereedmaken voor, voorbereiden op
Etymologie
**[2], [5] onder invloed van "prévoir" op veel manieren gebruikt in het Belgisch-Nederlands
Uitdrukkingen
- het op iemand voorzien hebben — iemand zien als een doelwit
Vertalingen
Engelspredict, foresee, provide
Spaanspresagiar, proporcionar, proveer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek