visgrond

mannelijk (de)/ˈvɪsxrɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men vissen kan vangen
    Ik droomde dat het vliegtuig ons meenam over de Atlantische Oceaan en de Noordzee en de olieplatformen, de visgronden en Fladen Grunn en dat het vliegtuig de daling inzette boven de verwaaide zandduinen bij startbaan 11 op Sola
    Ook wat dat betreft heeft 747 het voor elkaar zegt Fitz. „747 is een volwassen mannetje in de kracht van zijn leven. Het is de grootste beer geworden die ik ooit zag.” Normaliter stokt de stroom van zalm die de rivier optrekt in augustus en verlaten de beren hun visgrond. Dit jaar lijken de vissen niet weg te slaan uit Brooks River. Voor de jumbobeer en zijn concurrenten een mooi extraatje.

Vertalingen

Engelsfishing area