visgids
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- boek met informatie over vissen
- iemand die mensen helpt bij het vissen,,Well done John!” lacht visgids David terwijl ik weer een Angelfish naar boven heb weten te halen. „De vissen zijn dan wel naar school geweest, maar jij hebt inmiddels ook bijgeleerd, haha.” De Telegraaf JOHN HAGENS 27 jan. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/867626/zonnige-vangst Zonnige vangst]Visgids zijn bij zijn eigen bedrijf is een logisch vervolg van Steyns carrière. Hij hengelt al zijn hele leven, heeft als sportvisser diverse kampioenschappen gewonnen en is hoofdredacteur van Hét Visblad. De rasechte Limburger is naar Amsterdam verhuisd vanwege het water. Ik wilde zo dicht mogelijk bij de vis zitten, dus ben ik er maar bovenop gaan wonen. Het Parool 17 MAART 2009 [https://www.parool.nl/binnenland/amsterdamse-wateren-vol-vis~a217721/ Amsterdamse wateren vol vis]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek