visgeur

mannelijk (de)/ˈvɪsxør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wat de neus van mensen waarneemt als dieren met kieuwen uit het water zijn gehaald
    Ook andere viskramen hebben natuurlijk soms wel echt verse vis. Vraag naar welke vis de verste is, kijk ook zelf goed (heldere ogen, rode kleur onder het kieuwdeksel, stevig vlees, geen onsmakelijke visgeur).