visgraat
mannelijk/vrouwelijk (de)/'vɪsxrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van het skelet van een vis dat gemaakt is van kraakbeen en vaak een scherpe punt heeftZij vond versteende visgraten, waarmee ze kon aantonen dat er al honderdvijftig miljoen jaar eerder dan gedacht, vissen in de zeeën rondzwommen. „Maar ik heb hier nog niet over gepubliceerd, dus mag daar niets over vertellen.”de Telegraaf ROBERT B.P. VAN WEPEREN 03 feb. 2016
- patroon in weefsel of parket gekenmerkt door zigzaglijnenGiorgio Armani staat bekend als de meester van greige, een mix van grijs en beige, maar opende zijn show nu met roze. Onder een lange grijze jas met paisleymotieven en een visgraatbroek met wijde pijpen, droeg het model een roze korte top met een smiley.de Telegraaf MICHOU BASU 01 okt. 2015
Vertalingen
Engelsfishbone, herringbone pattern
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek