veinzerij
vrouwelijk (de)/ˌvɛinzəˈrɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het op een onoprechte manier doen alsof; het veinzen, het huichelen„Maar ook onaardige, en die komen óók op je af. Want het is Nieuwjaar en de beste wensen moeten zonder aanzien des persoons gewenst worden. En dus sta je opeens in de wang te happen van iemand van wie je weet dat ze jou nog veel meer haat dan jij haar, en voel je je veranderen in één grote zoutpilaar van schijnheiligheid.” „Sociale veinzerij hoort erbij”, probeerde ik te troosten. NRC Frits Abrahams 12 januari 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/01/12/recepties-11258544-a1365282 Recepties]
Etymologie
* van veinzen
Vertalingen
Spaansdisimulo, disimulación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek