voor-de-gek-houderij

vrouwelijk (de)/ˌvordəˌɣɛkhɑudəˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bedotten van mensen
    Dit is toch pure voor-de-gek-houderij.

Etymologie

* van de (samenkoppeling) voor de gek houden