uittrappen

/ˈœytrɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met de voeten iets wat brandt of gloeit doven
    Afspraak is dat FC Twente Hal 3 gebruikt op dagen dat Edward Dag er geen bruiloften houdt. Al snel ontstaan er spanningen. Bijvoorbeeld als de door Dag betaalde pvc-vloer tijdens een van de concerten die FC Twente er houdt schade oploopt doordat bezoekers er sigaretten op uittrappen.Tubantia 12 maart 2016
  2. ov (ov)iets of iemand verwijderen door te trappen
    Als je je schoenen altijd uittrapt in plaats van uittrekt zullen ze snel kapot zijn.
  3. ditr, figuurlijk (ditr) meestal (figuurlijk) iemand tegen zijn zin van een bepaalde plaats verwijderen
    De matrozen die zich tijdens de voorstelling misdroegen werden de bioscoop uitgetrapt.
  4. inerg, sport (inerg) (sport) zich tot het uiterste inspannen op een hometrainer
    Cavendish vluchtte meteen de bus in, Tony Martin ging als een bedrogen echtgenoot uittrappen op de rollen. Verder keek iedereen maar een beetje voor zich uit bij Etixx-Quick Step. ‘Zo’n kans krijgen we niet meer’, besefte Wilfried Peeters. de Standaard 6 juli 2015 Jan-Pieter De Vlieger
  5. ov (ov) de bal met een schop weer in het spel brengen door de keeper, als de bal achter de achterlijn is geweest
    Zelfs coach Francky Dury was niet van de dansvloer weg te slaan, maar de held van de avond hield het nu wel opvallend rustig. ‘Pijn aan de buikspieren’, en hij meende het. ‘Op het laatst kon ik nauwelijks de bal uittrappen.’ Het kwam dus niet van zijn twee penaltyreddingen. ‘Neen, ik denk van mijn drie tackles.’de Standaard 20 maart 2017

Vertalingen

Engelskick into play