blussen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het doven van een brandDe brandweer kon met moeite de brand blussen.De meest kritieke fase is daarmee voorbij, meldt de brandweer, die 950 brandweerlieden inzette. De vlammen worden geblust met behulp van vliegtoestellen. Er blijven nog 520 brandweerlieden in het gebied om de brand verder te controleren. Hulpdiensten spreken van een "megabrand".
- vloeistof over heet eten doenTijdens het bakken kun je het vlees blussen met wijn.
Etymologie
*Van be- en lessen.
Vertalingen
Engelsextinguish, put out
Franséteindre
Duitslöschen
Spaansapagar, extinguir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek