tumult
onzijdig (het)/tyˈmʏlt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lawaai en onrust in een groep van mensen, soms overgaand in oproer en opstandMaar daar is seizoen twee al, dat de Suezcrisis biedt, de moord op Kennedy en het Profumo-schandaal. In het midden van dat tumult loopt Elizabeth II, die geen politieke standpunten mag innemen en geen schandaal mag veroorzaken in haar privéleven. Claire Foy moet het allemaal acteren met haar onberispelijk gestifte lippen.de Standaard 14 DECEMBER 2017Tumult aan de Meijersweg in Geesteren, enkele jaren geleden. In een voormalige boerderij met plek voor twee huishoudens is in een van de twee woongedeelten een extra ruimte om te wonen gecreëerd voor de zoon van de bewoners en zijn gezin. En dat is tegen het zere been van de bewoners aan de andere kant van het huis.Tubantia Ron Hemmink 13-DECEMBER-2017
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelstumult, agitation, uproar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek