getier

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) veel lawaai maken omdat iemand boos is
    In 2020 zal de bevolking van Rotterdam niet langer in meerderheid een Nederlandse herkomst hebben. In Zuidwijk is dat punt al gepasseerd. En de bevolking weet het. De witte mensen die we spreken, zeggen dat ze zich „een minderheid” voelen, dat ze „worden overwoekerd”. De niet-witte mensen zeggen dat ze zich aan Wilders’ getier niks gelegen laten liggen: „Wij zijn toch in de meerderheid.” NRC Bas BlokkerJutta Chorus 25 november 2016

Etymologie

* van tieren