misbaar

onzijdig (het)/mɪzˈbar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. met veel misbaar: in overmatige mate ergens een probleem van makend. (met luid geschreeuw en veel lawaai)
    Met veel misbaar gaf hij uiteindelijk toch gevolg aan die opdracht.
  2. misbaar maken: in overmatige mate ergens een probleem van maken
  3. luid schreeuwen, klagen, of lawaai maken

Etymologie

#niet onontbeerlijk, te vervangen.

Vertalingen

Spaansaspaviento, alharaca, prescindible