beroering

vrouwelijk (de)/bəˈrurɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onrust door iets veroorzaakt, commotie
    De ontdekking van water op de maan bracht de wereld van de ruimtevaart in beroering.
    In de tijd dat het slecht ging met Jeroen had een mededeling van zijn kant over ontbrekende documenten zeker voor onwelkome beroering gezorgd.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van beroeren , opschudding

Vertalingen

Engelsturmoil
Spaansconmoción, perturbación, turbación