struinen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. rondzwerven, rondlopen
    Ik wilde rond het huis hangen en door het bos struinen, in de schuur staan aan de werkbank en dieren opzetten. {{Aut|Hendrix, Hanneke
    Voor de ramen verdrongen zich nieuwsgierigen die een glimp van de teamleden hoopten op te vangen. Als ze iemand door de savanne zagen struinen — daar was het zicht vaak goed — bonkten ze geestdriftig op de ramen. Als het de teamleden te veel werd verstopten ze zich in het regenwoud. {{Aut|Casteren, Joris van
    Myrthe Brinckman (17) houdt er van om te acteren. Zaterdagavond kan ze zich helemaal uitleven in de binnenstad van Almelo. Tijdens een live-horrorshow is ze n van de 120 zombies, die tijdens Halloween tussen 17 en 21 uur door het centrum struinen.Tubantia Jelle Boesveld 28-OKTOBER-17
  2. zoeken, rondsnuffelen

Etymologie

* In de betekenis van ‘rondsnuffelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1572

Vertalingen

Engelstramp, wander, nose about