dwalen

/ˈdwalə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zonder kennis van waar men is rondbewegen
    We zijn uren door die stad gedwaald voordat we eindelijk een bruikbaar verkeersbord zagen.
  2. inerg (inerg) zonder kennis van waar men is bewegen
    We hebben gelukkig niet zo lang gedwaald.
  3. inerg (inerg) geestelijk zich op een afwijkend pad bevinden, het mis hebben
    Er werd bepaald dat de bisschop gedwaald had met deze omstreden uitspraak.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zich vergissen (in de weg)’ voor het eerst aangetroffen in 901

Vertalingen

Engelsroam, wander, wander
Spaansdescarriarse, desviarse, extraviarse