stoethaspel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) een onhandig en/of lomp persoon die veel brokken maaktFederer speelde gretig, bliksemsnel, geïnspireerd en vooral zéér effectief. Met 8 aces, 40 winners, 20 op 23 gewonnen punten aan het net en geen enkele weggegeven breakkans reduceerde hij Berdych, toch niet de eerste de beste, tot een stoethaspel.de Standaard 21 januari 2017"Als de stoethaspelende Karen Richards was Krijgsman dé verrassing van de DeLaMar-muziektheaterproductie In de ban van Broadway", aldus de jury.[https://www.tubantia.nl/show/johan-kaart-prijs-voor-bianca-krijgsman-en-plien-van-bennekom~a505fe61/ Johan Kaart Prijs voor Bianca Krijgsman en Plien van Bennekom] (23 mei 2017) op website: Tubantia.nlWij kunnen een veel leukere woordverkiezing organiseren dan Van Dale en het Genootschap Onze Taal, dacht de Donald Duck. En dus riep het weekblad lezers op te stemmen op het leukste Donald Duck-woord in hun grote Duck-tee-nummer in december. En de winnaar is maandag bekendgemaakt: ‘Verweggistan’. Het haalde het voor ‘schorriemorrie’ en ‘stoethaspel’, met 35 procent van de 5500 stemmen.NRC Joram Bolle 4 januari 2016
Etymologie
* vanaf 18de eeuw
Vertalingen
Engelsungler, muddler, sad sack
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek