oliekoek

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) koek gemaakt van houdbare ingrediënten, rijk aan vet en calorieën en daardoor goede brandstof tegen de winterkou
    Eeuwenlang was de term oliekoek in gebruik voor wat nu de oliebol heet. De oliekoeken op een schilderij van Aelbert Cuyp uit ca. 1652 lijken veel op de hedendaagse oliebol. In die tijd werden ze in raapolie gebakken.
  2. lijnkoek, het overblijfsel van lijnzaad na het uitpersen