reden

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈredə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. motivatie door iemand bedacht of beredeneerd
    Kun je een reden geven waarom je te laat bent?
    Dit alles zou ik geneigd zijn positief te beoordelen. Daar staat echter tegenover dat deze vaas met plastic bloemen reden geeft tot zorgen met betrekking tot de affiniteit die de nieuwe eigenaar heeft met onze tradities. Maar ik wil u niet met mijn bekommeringen vervelen. We zijn er. Dit is kamer 17, de suite die ik voor u op orde heb laten brengen.
  2. metonymisch (metonymisch) verklaring voor een gegeven
    Duizenden kilometers aan dijken, noodkeringen en beschoeiingen zijn aangelegd om de Mississippi in toom te houden. Maar dit uitgestrekte systeem is de reden dat de regio inmiddels als een oude schoen uit elkaar valt.
  3. wiskunde (wiskunde) verhouding, betrekking tussen een grootheid en een andere
werkwoord
  1. verouderd (verouderd) klaar maken tot het eindproduct
    Het reden van een stoel is het afknippen van de restje riet.
  2. verouderd (verouderd) ervoor zorgen dat een schip klaar is om te varen (zie ook rederij)

Etymologie

*van Middelnederlands "redene", in de betekenis van ‘oorzaak, motief’ aangetroffen vanaf 1350

Uitdrukkingen

  • om die redenhierdoor

Vertalingen

Engelsreason
Fransraison
DuitsGrund
Poolspowód