fabriceren
/ˌfabriˈserə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigenZe gingen samen het werkstuk fabriceren.
Etymologie
* afgeleid van "fabriquer", in de betekenis van ‘vervaardigen’ aangetroffen vanaf 1593
Vertalingen
Engelsmanifacture, fabricate
Fransfabriquer
Duitsherstellen, produzieren, fabrizieren
Spaansfabricar, producir, manufacturar
Italiaansfabbricare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek