redenaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die in het openbaar spreekt, een beoefenaar van de welsprekendheid
    Hij is niet alleen een bevlogen redenaar, hij durft dat ook te laten zien en horen - anders dan veel andere politici in Duitsland, waar bijna driekwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog nog altijd een zekere reserve tegenover meeslepende toespraken bestaat. Schulz als spreker vergelijken met Merkel is niet zozeer rock tegenover klassiek, het is muziek tegenover dienstmededelingen. de Standaard 03/september/2017 Juurd Eijsvoogel
    Het is een zeldzaamheid in het topvoetbal: de commercieel directeur die ook technisch directeur is. Jan van Halst is allebei, maar het werkt niet. Van Halst is een commerciële man bij uitstek, het ideale uithangbord van FC Twente. Bedrijven vinden het mooi als híj op bezoek komt en niet zomaar een onbekende. Van Halst is een geboren redenaar, zijn boodschap verkoopt. Tubantia Leon ten Voorde en Fardau Wagenaar 29-augustus-2017

Etymologie

* van redeneren

Vertalingen

Engelsspeaker