retor
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- redenaar
- in de oudheid een leraar in de welsprekendheid
- bombastisch, hol spreker of dichter
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse 'retor' ()
Vertalingen
Spaansretórico, vanílocuo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek