pijpenbakker
mannelijk (de)/ˈpɛipə(n)ˌbɑkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (historisch) iemand die rookgerei uit aardewerk maaktHet onderzoek spitste zich toe op de Molenstraat, waar onder meer de oven van een pijpenbakker werd aangetroffen.
Etymologie
*samenstellend afgeleid uit "pijp" en "bakken"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek