pijpbeen

onzijdig (het)/ˈpɛiben/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) benaming voor langwerpige, buisvormige botten die van binnen zijn gevuld met beenmerg of (bij vogels) lucht
    Van de baby zijn onder meer de schedel, een pijpbeen en een kaak met melktandjes gevonden.
    De merrie vertrok voor een goede sprong op de tweede hindernis en stond na de landing ineens op drie benen. Er werd een versplinterd pijpbeen geconstateerd.