pel
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- omhullende laag die als bescherming om iets heen is gegroeid
- klein stukje dat is losgeraakt van een omhullende laag
- benaming voor hoen waarvan het verenkleed bepaalde patronen met banden van donkere stippen vertoont
zelfstandig naamwoord
- kleine verontreiniging op een oppervlak
Etymologie
*[B] herkomst onbekend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek