pel

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. omhullende laag die als bescherming om iets heen is gegroeid
  2. klein stukje dat is losgeraakt van een omhullende laag
  3. benaming voor hoen waarvan het verenkleed bepaalde patronen met banden van donkere stippen vertoont
zelfstandig naamwoord
  1. kleine verontreiniging op een oppervlak

Etymologie

*[B] herkomst onbekend