pelagiaan

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhanger van het pelagianisme: het geloof dat de zondeval de menselijke natuur niet heeft bedorven en dat de sterfelijke wil nog steeds in staat is tussen het goede en het kwade te kiezen zonder dat hier speciale goddelijke interventie voor nodig is
    Ik had toch ten minste voor verleider, pelagiaan of arminiaan uitgemaakt kunnen worden, de lichtere categorie in Burggraafs universum. Is er met mij iets niet in orde? Of zou het tóch een complot zijn?

Etymologie

* aanhanger van Pelagius, Brits asceet ca. 400, tegenstander van Augustinus.