overdrijven

/ˌovərˈdrɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de feiten groter, kleiner, mooier of slechter voorstellen dan ze zijn.
    De actievoerder overdrijft nogal over het aantal aanwezige betogers.
werkwoord
  1. erga (erga) tot het verleden gaan behoren.
    Alle verdriet drijft na een zekere tijd over.
  2. erga (erga) naar de overkant drijven.
    Je rubberbootje drijft over als je het niet snel gaat halen.

Vertalingen

Engelsexaggerate, pass, blow
Fransexagérer, pousser, passer
Duitsaufbauschen, übertreiben
Spaansexagerar, abultar
Italiaansesagerare
Portugeesexagerar
Turksabartmak
Zweedsöverdriva