optuigen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het voorzien van versierselen en andere toebehoren
    Wij hebben onze kerstboom al opgetuigd.
  2. scheepvaart (scheepvaart) het op een (zeil-)schip aanbrengen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz.
    De scheepstuiger zal het jacht optuigen met een traditioneel gaffeltuig."
  3. bedrijfskunde (bedrijfskunde) het uitbreiden of het nieuw opzetten van een organisatie of bedrijf
    Er wordt gedacht aan het weer optuigen van een eigen reparatieafdeling.
  4. Een paard klaarmaken om een kar te trekken, of om bereden ter worden[https://www.bokt.nl/forums/viewtopic.php?f=21&t=939964 De officiele volgorde optuigen, inspannen, aftuigen?]

Vertalingen

Engelsdecorate, dress up, rig
Fransgréer