aanvullen
/ˈaɱvʏlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het ontbrekende bijvoegenIedere dag moest de supermakt zijn voorraden weer aanvullen.
- (ov) samen een compleet geheel makenDe mooie das vulde het mooie pak aan.De norse man werd gelukkig goed aangevuld door zijn veel vriendelijkere vrouw.
Vertalingen
Engelsadd, complete, replenish
Duitsauffüllen, ergänzen, vervollständigen
Spaanscompletar, suplir
Italiaansempire
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek