ontsteltenis

vrouwelijk (de)/ɔntˈstɛltəˌnɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toestand van plotselinge en grote schrik, verwarring en/of paniek
    Tot mijn grote ontsteltenis zag ik dat.
    Hij belandde in een coupé met een mooi meisje in een rode jurk en ontdekte tot zijn ontsteltenis dat ze een of ander sociaaldemocratisch embleem op haar kraag had, vermoedelijk het logo van de jongerenorganisatie, naar wat hij nu wist.

Etymologie

* van ontstellen

Vertalingen

Engelsaffright, alarm, confusion
Fransaffolement, désarroi, frayeur
DuitsBestürzung, Erschütterung, Schreck