ongekunsteldheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand simpel en eenvoudig is zonder overbodige poespas
    Zijn valse ongekunsteldheid is een literaire façade, een onnatuurlijk maniërisme, een boekerig verschijnsel, dat niet uit het dorp is meegenomen, maar van de planken van academische boekenmagazijnen is gehaald.
  2. iets dat getuigd van eenvoudigheid

Etymologie

* afleiding van ongekunsteld