ongekunsteldheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand simpel en eenvoudig is zonder overbodige poespasZijn valse ongekunsteldheid is een literaire façade, een onnatuurlijk maniërisme, een boekerig verschijnsel, dat niet uit het dorp is meegenomen, maar van de planken van academische boekenmagazijnen is gehaald.
- iets dat getuigd van eenvoudigheid
Etymologie
* afleiding van ongekunsteld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek