vlotheid
vrouwelijk (de)/ˈvlɔthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vaaart, snelheid
- vermogen zich snel en gemakkelijk te verplaatsen
- vermogen zich gemakkelijk te uiten
- vermogen soepel met anderen om te gaan
Etymologie
*afgeleid van vlot (bijvoeglijk naamwoord)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek