vlot

onzijdig (het)/vlɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een drijvende constructie
    Met denkbeeldige oogkleppen op Veel bewoners van de benedendijks gelegen straatjes konden zondagochtend 1 februari, toen tijdens eb de dijk droog kwam te staan, met het eerste in elkaar geknutselde vlot van hun zolders worden gehaald.
    Van wrakhout wisten de mannen een vlot in elkaar te timmeren en daarmee konden die dag verschillende buurtbewoners worden gered.

Etymologie

* In de betekenis van ‘drijvend plankier’ voor het eerst aangetroffen in 1485

Vertalingen

Engelsraft, easy, facile
Fransradeau, rapide, facile
DuitsFloß, zügig, flott
Spaansbalsa, armadía, fácil
Italiaanszattera, liscio
Russischплот